Retrospectief

Update: April 2016

Het retrospectief in kaart brengen van laparoscopische pancreasstaart-resecties in Nederland

Recente meta-analyses suggereren dat laparoscopische pancreasstaart-resecties veilig en kosteneffectief zijn, hoewel gerandomiseerde studies ontbreken. Het was tot op heden echter onbekend in welke mate laparoscopische pancreaschirurgie in Nederland plaatsvindt. Het doel van deze studie was om het gebruik en de uitkomsten van laparoscopische en open pancreasstaart-resecties te vergelijken. Tevens werden de meningen van pancreaschirurgen betreft laparoscopische pancreaschirurgie in kaart gebracht.


Volwassen patiënten die in 17 centra tussen januari 2005 en september 2013 een pancreasstaart-resectie ondergingen werden retrospectief geanalyseerd. Patiënten werden geëxcludeerd indien de pancreasstaart-resectie onderdeel was van een andere ingreep of indien te weinig data beschikbaar waren. Elke laparoscopische patiënt werd gematcht aan een open patiënt op basis van geslacht, leeftijd, ASA score, indicatie voor chirurgie en (indien de indicatie (verdenking op) een tumor bedroeg) tumorgrootte. Het primaire eindpunt was het optreden van klinisch relevante complicaties (Clavien-Dindo score >2). Analyse was volgens het intention-to-treat principe. Tevens werd een enquête, bestaande uit 12 vragen omtrent gebruik, training en studies van laparoscopische pancreaschirurgie verstuurd aan 30 Nederlandse pancreaschirurgen.


Van de in totaal 633 geïncludeerde patiënten hadden er 64 (10%) een laparoscopische en 569 (90%) een open pancreasstaart-resectie ondergaan. De baselinekarakteristieken waren vergelijkbaar voor beide groepen, behoudens vaker voorgaande abdominale chirurgie (19 (30%) versus 245 (43%), P= 0.04) en een kleinere gemiddelde tumorgrootte (20 mm (14) versus 49 mm (9), P< 0.001) in de laparoscopische groep. Laparoscopie was in het volledige cohort geassocieerd met minder klinisch relevante complicaties (10 patiënten (16%) versus 166 patiënten (29%), P= 0.02) en een kortere mediane opnameduur (8 dagen (7-12) versus 10 dagen (8-14), P = 0.03). Van alle laparoscopische pancreasstaart-resecties converteerde 33% naar open chirurgie. Na matchen van beide groepen waren de verschillen in klinisch relevante complicaties (9 patiënten (14%) versus 19 patiënten (30%), = .06) en mediane opnameduur (8 dagen (7-12) versus 10 dagen (8-13), = .48) niet significant verschillend voor respectievelijk de laparoscopische en open groep. Het percentage patiënten met non-maligne ziekte die een splenectomie onderging was na matchen wel lager in het geval van een laparoscopische operatie (6 patiënten (10%) versus 16 patiënten (25%), P = 0.01). De enquête onder pancreaschirurgen liet zien dat de helft van deze chirurgen geen ervaring had met de laparoscopische pancreasstaart-resectie en dat 85% van hen graag deel zou willen nemen aan training in deze techniek.

Ondanks een duidelijke invloed van patiëntselectie lijkt een laparoscopische pancreasstaart-resectie ook in Nederland een veilig alternatief voor een open benadering bij deze relatief kleine groep patiënten. De laparoscopische techniek wordt nog weinig toegepast in de Nederlandse praktijk en er zijn veel conversies. Na training van de Nederlandse pancreaschirurgen zal een gerandomiseerde studie starten welke de werkelijke waarde van de laparoscopische pancreasstaart-resectie ten opzichte van de open pancreasstaart-resectie moet aantonen.

De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd. Zie hier voor de publicatie.

Hoofdonderzoeker: Dr. M.G.H. Besselink, chirurg AMC m.g.besselink@amc.nl

Studiecoördinator: Dhr. T. de Rooij, onderzoeker heelkunde AMC t.derooij@amc.nl